The Riverside Behavioral Q-sort
By David C. Funder, R. Michael Furr, and C.
Randall Colvin
University of California, Riverside
Dutch Translation
By C. Kim De Corte and Ann Buysse, Ph.D.
Ghent University (Belgium)
1.
Uit het besef gefilmd te worden of deel te nemen aan een
experiment (los van het feit of deze reactie positief of negatief is)
2.
Interviewt zijn / haar partner (vb. stelt een reeks
vragen)
3.
Geeft
ongedwongen veel informatie over zichzelf
4.
Lijkt
geďnteresseerd in wat de partner te zeggen heeft
5.
Probeert de
interactie onder controle te krijgen (ongeacht of de pogingen tot controleren
lukken of niet)
6.
Domineert de
interactie (ongeacht de intentie, vb. als de persoon de interactie zondermeer
domineert omdat de partner weinig doet, dan moet dit item een hoge score
krijgen)
7.
Lijkt
ontspannen en op zijn / haar gemak
8.
Geeft blijk
van sociale vaardigheden (vb. doet dingen om de partner(s) op zijn / haar gemak
te stellen, houdt het gesprek gaande, onderhoudt of charmeert de partner(s))
9.
Is
gereserveerd en niet expressief (vb. uit weinig affect / gevoel; gedraagt zich
op een stijve, formele wijze)
10.
Lacht
frequent (ongeacht of het lachen al dan niet nerveus of oprecht overkomt)
11.
Glimlacht
frequent
12.
Is fysiek in
de weer; beweegt veel
13.
Lijkt de
partner(s) graag te hebben (vb.: zou waarschijnlijk graag bevriend willen zijn
met de partner)
14.
Vertoont een
vreemde en ongepaste interpersoonlijke stijl (vb.: lijkt moeilijk te weten wat
te zeggen; mompelt; faalt in het reageren op de gespreksinitiatieven van de
partner)
15.
Vergelijkt
zichzelf met andere(n) (ongeacht of andere(n) aanwezig is (zijn) of niet)
16.
Toont veel
enthousiasme en is zeer energiek
17.
Geeft aan
een brede waaier aan interesses te hebben (vb.: praat over vele onderwerpen)
18. Praat tegen in plaats van met de partner(s)
(vb. voert een monoloog, negeert wat de partner(s) zegt (zeggen))
19. Stemt regelmatig in (hoge score betekent dat het instemmen opmerkelijk veel
geuit wordt, vb. als antwoord op elke en alle uitspraken die de partner(s) doet
(doen). Lage score impliceert een opmerkelijk tekort aan het uiten van
instemming)
20.
Uit kritiek
(over iets of iemand) (lage score betekent het uitdrukken van lof)
21.
Is
spraakzaam (zoals in deze situatie geobserveerd)
22.
Toont zich
onzeker (vb. lijkt prikkelbaar of overgevoelig)
23.
Vertoont
fysieke tekenen van spanning of angst (vb. kan niet stil zitten, de stem trilt)
(gebrek aan tekenen van angst = gemiddelde score; lage score = gebrek aan
tekenen in omstandigheden waar je deze normaal zou verwachten)
24. Vertoont een hoge mate van intelligentie (noot: van belang is wat getoond
wordt in de interactie, niet wat mogelijks latent aanwezig is. Geef dus dit
item enkel een hoge score als het subject iets zeer intelligent zegt of doet.
Lage score betekent dat de persoon geen intelligente indruk nalaat; gemiddelde
score = geen informatie hieromtrent)
25.
Uit
sympathie ten aanzien van de partner (lage score betekent een ongewoon gebrek
aan sympathie)
26.
Initieert
humor
27.
Zoekt
geruststelling bij de partner(s) (vb. vraagt naar goedkeuring, vist naar complimentjes)
28.
Doet uit de
hoogte (gedraagt zich alsof hij / zij superieur is ten opzichte van de
partner(s) op de een of de andere manier. Lage score betekent gedraagt zich
minderwaardig of ondergeschikt)
29.
Lijkt aardig
(in aanwezigheid van anderen)
30.
Vraagt advies
aan de partner(s)
31.
Lijkt
zichzelf fysiek aantrekkelijk te vinden (non-verbale cues zullen wellicht
gebruikt worden om dit item te beoordelen; voorbeelden kunnen zijn: zich
uitdossen, poses aannemen, etc.)
32.
Gedraagt
zich geďrriteerd
33.
Uit warmte /
genegenheid (tegenover iemand, vb. dit houdt iedere verwijzing naar “mijn beste
vriend” in, etc.)
34. Probeert te ondermijnen, saboteren of te belemmeren (ofwel het experiment
ofwel de partner(s))
35.
Uit
vijandigheid (tegenover om het even wat of wie)
36.
Ziet er
ongewoon of onconventioneel uit
37.
Gedraagt
zich op een bange of verlegen manier
38.
Is
expressief qua gezicht, stem of gebaren
39.
Uit
interesse in fantasie of dagdromen (lage score enkel indien zulke interesse
expliciet wordt ontkend)
40.
Uit
schuldgevoelens (over iets)
41.
Houdt de
partner(s) op een afstand, vermijdt de ontwikkeling van enige vorm van
interpersoonlijke relatie (lage score omvat gedrag om dicht bij de partner(s)
te komen)
42. Toont interesse in intellectuele of cognitieve zaken (vb.: door in detail
of met enthousiasme een intellectueel idee te bespreken)
43.
Lijkt te
genieten van de interactie
44.
Zegt of doet
interessante dingen binnen deze interactie
45.
Zegt
negatieve dingen over zichzelf (vb.: is zelfkritisch, uit gevoelens van
inadequaatheid)
46.
Is ambitieus
(vb.: vurige bespreking van de carričreplannen, studieresultaten, mogelijkheden
om geld te verdienen).
47.
Geeft
anderen de schuld (van om het even wat)
48.
Uit
zelfbeklag of gevoelens van het slachtoffer te zijn
49.
Uit seksuele
interesse (vb.: voelt zich aangetrokken tot de partner, toont een algemene
interesse in het maken van een afspraakje of in seksuele aangelegenheden (d.i.
niet enkel ten aanzien van de partner))
50.
Gedraagt
zich op een opgewekte manier
51.
Geeft op bij
confrontatie met obstakels (lage score impliceert een ongewone volharding)
52.
Gedraagt
zich op een stereotiepe mannelijke / vrouwelijke manier of wijze (pas de
gebruikelijke stereotiepen toe overeenkomstig het geslacht van de persoon. Lage
score betekent gedrag dat stereotiep is voor het andere geslacht)
53.
Geeft advies
54.
Spreekt vlot
en drukt zijn / haar ideeën goed uit.
55.
Benadrukt de
prestaties van zichzelf, familie of huisgenoten (lage score = benadrukt de
mislukkingen van deze personen)
56.
Wedijvert
met de partner(s) (lage score betekent samenwerking)
57.
Spreekt met
een luide stem
58.
Praat op een
sarcastische wijze (vb.: zegt dingen die hij/
zij niet meent, maakt grappige opmerkingen die niet noodzakelijk grappig
zijn)
59. Heeft of zoekt fysiek contact met de partner(s) (van om het even welke
vorm, inclusief ongewoon dichtbij zitten zonder aanrakingen). (Lage score
betekent ongewone vermijding van fysiek contact, zoals een grote
interpersoonlijke afstand)
60.
Heeft
constant oogcontact met de partner(s) (lage score betekent een ongewoon gebrek
aan oogcontact)
61.
Lijkt afzijdig
te houden van de interactie
62.
Spreekt vlug
(Lage score = spreekt traag)
63.
Gedraagt
zich speels
64.
De
partner(s) vraagt (vragen) advies aan de persoon.